TRAD GRAS OCH STENAR INTERVIEW The compiled interview is edited and translated into Dutch, and will be published in Ruis magazine, March 2005. After the Dutch interview you’ll find some English text on the visions that started the first group, Persson Sound. The early stage was free styled, and evolved to a more “rock” (= psychedelic rock) sound. This evolution can be seen during the following name changes : Persson Sound, Pärson Sound, International Harvester, Harvester, Träd Gras och Stenar, T Gås, and then finally Träd, Gras och Stenar. ------------------------------------------------------------------------- Interview met Jakob Sjöholm en Bo Anders Persson van Träd Gras och Stenar. ------------------------------------------------------------------------- De Zweedse groep Träd Gras och Stenar is in feite een groep met roots in de jaren 60 en 70. Het is goed om de nieuwe groep ook te bekijken, hoe zij in hun evolutie hun oude kracht konden behouden, want zo verschillend als vroeger klinkt de groep niet. Bo : "Ik kijk er naar uit om in België te spelen. Het was al even sinds we buiten Zweden gespeeld hebben, behalve in Noorwegen en VS. Zelf was ik nog niet in België. Ooit maakte ik nog met onze basspeler een reis naar Holland om te zien hoe de scène daar eind 1969 was. We hebben er niet gespeeld maar hebben er wel veel herinneringen, vooral in Amsterdam en Delft. We zouden die kunnen vertellen maar dat zou ons te ver leiden. Er is niet meer zoveel tijd voor het optreden. Ik wil nog wat gitaar spelen voor we vertrekken. Ik ben trouwens nog aan het herstellen van en schouderblessure van een ongeval tijdens het verzamelen van brandhout. Op mijn leeftijd duurt herstel veel langer." Ruis : "Hoe waz het allemaal begonnen in 1969 ? Ik veronderstel dat de groepsleden verschillende achtergronden en vooruitzichten hadden ? Bo had me een samenvatting gegeven waarop werd uitgelegd hoe het eerste idee ontstond uit een visioen over nieuwe muziek op een hete woensdag, vol onbereikbaar vrouwelijk schoon, dansend op een muziek die dat onbereikbare trachtte te compenseren. Tegelijkertijd werd het een universele muziek die dit woensdagritueel transcendeerde, met electronische geluiden met sensuele tabla. Een jaar later was er een muziekgroep ontstaan van vrije muziek, Persson Sound. Deze free-form groep werd stilaan bewust omgevormd tot een soort rockgroep, in een klimaat van veel sociale en politieke beweging. Deze groep was Träd, Gras och Stenar. Bo : "Mijn achtergrond is het "groene" gedeelte (PS. -"Träd, Gras och Stenar" wil zeggen "bomen, gras en stenen"-). Ruis : "Waarom al die bandnaamsveranderingen ? Ging dat gepaard met het veranderen of evolutie van jullie perspectief (ik somde de voor mij bekende namen op)?" Bo : (verbeterend) "De opvolging was in feite Persson Sound, Pärson Sound, International Harvester, Harvester, Träd Gras och Stenar, T Gås, en dan Träd Gras och Stenar. Zelf beschouw ik Harvester als een vorm van Psychedelia, terwijl Träd Gras och Stenar bedoeld is als een soort van kultmuziek, voor een moderne vorm van een stamgemeenschap met een natuurreligie. Natuurlijk bestaat die religie zelf niet, maar soms denk ik dat het er geweest had kunnen zijn." Ruis : "Wat beschouw je als jullie beste moment, en waarom ?" Bo : "Er waren altijd momenten die niet deugden, en andere die erbovenuit schoten, van de zomer van 1967 tot nu, dus ik weet het niet." Jakob : "Ik denk niet dat het tijdsgebonden is, maar dat het meer met speciale situaties of met mensen te maken heeft. Elke tijd heeft zijn eigen sfeer en herinneringen. Ouder worden en veranderingen in de tijd beïnvloedden ook onze muziek. Wanneer we jonger waren geloofde we dat alles mogelijk was, nu is dat meer relatief. Toch zijn er van die uitgepuurde momenten dat bijvoorbeeld de gitaar op zichzelf lijkt te spelen en je vingers laat bewegen, en je voeten willen dansen. Dit gebeurt gewoon met andere mensen, het doe er niet toe hoeveel : tussen 15 en 2000. Sommige magische momenten kun je niet voorspellen, maar plots ben je midden in die energie. Ik hoop dat we hoogtepunten in de jaren 70 hadden en dat er nog verschillende volgen." Ruis : "Wat er gebeurde in de jaren 70 in Zweden was wel heel boeiend. De laatste jaren blijkt het weer terug te floreren, zoals nergens anders. Enig idee hoe het komt dat het juist in Scandinavië is ? Is dat omdat die landen een zekere geïsoleerdheid hebben, en ook van bepaalde problemen gespaard bleven ?" Bo : "Dat zou best kunnen. Eigenlijk is Zweden weer terug zo welvarend als in de jaren 70. Waarom er zoveel gebeurd kan ik natuurlijk niet zeggen, maar er zijn zekere vele goede Zweedse en Noorse groepen." Jakob : "Ik weet het niet of Zweden minder problemen heeft gehad. Misschien heeft het te maken met het Zweedse schoolsysteem, waar muziek belangrijk wordt gevonden." Ruis : "Wat gebeurde er tussen de oude (jaren 70) en nieuwe (reünie-)groep?" Jakob : "Sinds het uiteenvallen van de groep in 1972 speelden we in verschillende groepen en met verschillende mensen. Toch hadden we nog reünies elk derde jaar of zo. Zelf speelde ik verschillende jaren bij een straight forward rock'n roll band, de Jajja Band. Sinds begin jaren 90 waren er echter meer en meer ontmoetingen, en toen broeide er iets. Ook het publiek leek ons terug gevonden te hebben. Sinds toen groeide er meer en meer muziek. Het is zo dat we ondertussen allemaal families hadden grootgebracht." Bo : "Een groot deel van de geschiedenis wordt ook goed uitgelegd in het boekje van de Pärson Sound dubbel CD. Iets wat daar er niet verteld wordt is dat Jakob Sjöholm (guitar) de band vervoegde in 1971. Het is zeker zijn energie die ons 'Ajn Schwajn Draj' deed voltooien." Ruis : "Ajn Schwajn Draj (de eerste reunie CD) klinkt alsof er weinig veranderde. Nieuwe prog kan wel's lijden onder melodische repetitie. Dat zie ik niet bij de Scandinavische groepen, zoals bij jullie ? Hoe wordt die energie zo levend gehouden ?" Jakob : "We hebben misschien ontdekt dat we zeer goed naar de muziek luisteren op een zelfde manier. Ik denk dat dit ook sterkste zijde van de groep is : dat we zeer goed kunnen luisteren naar elkaar, en we ernaar werken om in de muziek één groot geluid te maken, meer dan gewoon 4 verschillende instrumenten in een groep. In dit grote geluid komen dan weer nieuwe geluiden en melodieën tot stand zonder dit één van ons creëert. Het is de mengeling van onze instrumenten, en soms de stemmen die dat maken." Bo : "Voor mij is het vooral Jakob's visie en inzet. We hebben ook een goede drummer. Soms IS hij de muziek van de groep. Verder hebben we ook een goede geluidsman. Er is slecht één probleem mee : hij is een voetbalfanaat. En we moeten samen met hem Hammerby steunen, of hij kapt ermee." Ruis : "Ik hoorde dat jullie live-acts steengoed moeten zijn. Wat kan het publiek van jullie verwachten ?" Bo : "zoals ik reeds zei : sommige optredens hebben het niet en anderen wel. Ik kan het zelf niet voorspellen. I hoop gewoon op het beste." Jakob : "We kunnen wel niet weten wat er zal gebeuren, maar meestal wordt het op de een of andere manier altijd wel iets boeiend." Ruis : "We kijken er naar uit." -------------------------------------------------------------------------------- Bo Anders Persson’s vision at the birth of the Persson Project : Once, during the early Sixties. I had some kind of vision of a possible new kind of music. The place was the dance pavilion by Hjortnas steamboat jetty at the Eastern Shore of Siljan, Dalarna in mid-Sweden. It was a hot, still summer night, and in the west the sun was slowly descending under the horizon. The shore was drenched in a red glow of almost unearthly grandeur. The Wednesday dance was in full swing. The young women present were they as well of an unearthly beauty. And they were almost impossible to make contact with. In addition to my difficulties they had no urge to talk about the things that filled my head. I mean, of course, the dance music, its merits and maybe most of all its shortcomings. I was filled with a longing for some kind of universal music that contained a more modern experience with a sound that was large and generous enough to accommodate the whole width of this Wednesday ritual. With a dance rhythm, sensuality and transcendence. In my head strange electronic sounds started to mix with sensual tabla beats. A vision out of sheer Need. Strangely enough, a few years later i would be taking part in playing that kind of music, or at least something in that direction. By then we had been working with some kind of a free-form improvisational group, with mixed electro acoustical Instruments, for a couple of years. In the group were Torbjorn Abelli, Arne Ericsson, Urban Yman and myself, the setting varied but double bass, cello, amplified piano and flauto traverso was common. And different kinds of tape loops. I named the group Persson Sound, maybe to point to Terry Riley (Olson Sound) as a source of inspiration. In the beginning of 1967 we made some pretty haphazard attempts at playing rock. Shortly thereafter Thomas Tidholm joined the band. The music changed, some "avantgardistic awkwardness" disappeared and was replaced by more conventional song structures. But above all, we could do long droning minimalist improvisations. During the autumn of '67 we did a few chaotic gigs in Stockholm and surroundings and suddenly we had an audience, and a drummer. Thomas Mera Gartz was well established on the Stockholm rock circuit, he played with the Mecki Mark Men, soul group formed by the singer/organ player Mecki Bodemark. I was surprised when it turned out he wanted to join us. And so Persson sound the free-form group emerged as Pärson sound the rock ensemble. It was bewildering. I had band mates, and in addition to that we had an audience. Firstly I was a couple of years older than my band mates, I was a slow starter and I had wasted three years at the Royal Institute of Technology. There I was at the end of the road, somewhere around the early 60´s. I got a belly ache - I realized that if I was going to ruin my life anyway, I could as well do the Highest, and that in some obvious way was Music. Even if I didn't stand a chance as a musician. Despite an incredible luck with teachers i had failed to learn classical piano in my early teens. Yet I managed to qualify as piano player for the Dixieland school band, but my playing was cramped and limited, I had no high thoughts of my musical ability. Anyway, now was 62 or so and the Cold War was a reality. The Fifties with its sweat smelling physical education halls, Korean War, Victorian attitude towards sexuality and a mechanic belief in progress was still in the air. All this met up with my belated adolescent angst. Maybe i have to remind you that these were the years of the terror balance, when American B 52s' flew in shuttle with their nuclear weapons to balance the threat from the larger Russian missiles. I started to think of our lifestyle as truly destructive but there was no questioning of the Western way of living In public consciousness. Such things were at best a debate topic in dark cellars. (these matters have of course been scrutinised in wstern culture from Plato on, but thats another story, sadly enough) But Music turned out to be an opening for me. I began to study harmony, had the Swedish multimedia composer/artist Jan Bark as teacher in counterpoint though I think most of our time I was trying to catch up on my lack of knowledge In contemporary aesthetics. Through Jan I made contact with americans like Ken Dewey - and Terry Riley. In 1966 I was accepted as a trial student In composition at the Royal College of Music. I was no success as a student though, a lot of things started happening around town during 1967, I got a lot of musician friends, was mostly hanging around. Apart from doing noise in Persson sound the free-form group. When we started doing our kind of Rock music there was a vision of something simple, folksy and relieving. And I think there was also an element of the pain of the time, an unconscious anxiety. Perhaps it is this tension between anxiety and hope that makes some listeners of today feel at home with our recordings of the late Sixties. Bo Anders Persson